Veelgestelde vragen:
Op mijn spreekuur zijn er zaken die regelmatig aan de orde komen:
GEZICHT
“Dokter, ik ben niet tevreden met mijn uiterlijk. Ik ben in een in korte tijd snel verouderd”.
Begrepen moet worden dat veroudering niet overnight plaatsvindt, maar geleidelijk verloopt. Het begint al in de
periode van kindzijn, maar wordt dan overschaduwd door de groei. In het gezicht zal de veroudering manifest
worden, wanneer de elasticiteit van de huid afneemt en daardoor “ruimer” wordt. Daarbij komt ook nog dat het
onderhuidse weefsel zijn stevigheid verliest en dunner wordt. Wat zie je dan gebeuren? Vanaf het jukbeen zakt
de wangpartij verticaal naar omlaag en dit veroorzaakt het optreden van een dieper wordende plooi op de grens
bovenlip / wang. De mondhoeken gaan daarbij naar omlaag en de kaaklijn is niet meer strak. Je ziet dan een
soort wangzakje. De uitzakkende weke delen van linker en rechter gelaatshelft ontmoeten elkaar tenslotte in het
midden van de hals, waar nu dus ook een plooi verschijnt. Aanvullend ook het omlaagkomen van het voorhoofd
en het optreden van rimpeling van de huid in allerlei gradaties aan voorhoofd, neusrug, nabij de oogleden,
wangen en bovenlip.
Moet je hier iets aan doen? In principe niet, mits je je eraan stoort.
Patiënten kunnen dan zelf heel goed aangeven hoe het naar hun mening zou moeten worden verbeterd. De
handen worden net voor het oor geplaatst en men duwt omhoog. Gelukkig bestaat de operatie die dit kan
nabootsen. Dat is de MACS-lift ( Minimal Acces Cranial Suspension Lift ). Het is geen uitgebreide facelift, maar
een fractie daarvan. Het bijzondere van deze methode is dat het een volstrekt natuurlijk resultaat geeft en
beslist niet de akelige “aanspanning” van het gezicht, die je weleens ziet na een facelift. Je maakt voor deze
operatie een snee vóór en in het oor en onder de haarlijn nabij het oor ( een omgekeerde L dus ). De snee wordt
zo geplaatst dat het haar in de “bakkebaardregio” door het litteken heen groeit en dus het litteken maskeert. Je
komt niet onder de oorlel en ook niet achter het oor, waardoor naaromlaagtrekken van de oorlel als risico
uitblijft. Via deze benadering trek je het gezicht weer verticaal omhoog, om het afglijden naar verticaal omlaag,
te corrigeren. Zoals het hoort! De correctie bestaat daarin, dat de onderhuidse lagen weer terug worden
geplaatst op de oude positie, toen zij nog niet naar omlaag waren afgegleden. Is dat met speciale hechtingen
gerealiseerd, dan neem je als toegift wat overtollige huid mee. Na enkele weken valt het litteken nauwelijks op
en kun je rustig in de rij bij Albert Heijn staan. Deze ingreep is veel minder risicovol dan een facelift en is ook
goedkoper. Bovendien houdt je je eigen gelaatskenmerken, je buurman herkent je nog. Uiteraard zijn er
“ernstige” gevallen waarbij je wel een volledige hals- / facelift nodig hebt, maar ook dan moet die zo worden
uitgevoerd dat je gezicht van jou blijft. Maar deze uitgebreide ingreep is zelden nodig.
Men dient rekening te houden met zwelling en blauwe verkleuring de eerste 2 weken. Gaandeweg stabiliseert
het genezingsproces en is het gezicht op z’n mooist 6 maanden na de operatie. Tijdelijk is het gevoel in het
gebied voor het oor verminderd.
Mooiste is om deze ingreep vooraf te laten gaan door het vullen met eigen vet, afkomstig van meestal de
buikwand, dat eerst wordt gecentrifugeerd. Het is transplantatie van levend vetweefsel en is permanent, nadat
de nieuwe vetcellen in het gezicht zijn geacclimatiseerd. Geen kunstspul dus, maar je eigen vertrouwde
vetcellen. Essentieel is het centrifugeren. Doe je dat niet, dan gaat een groot deel van het vetweefsel verloren (de
ouderwetse lipofilling). Op deze manier kun je ook de rimpels van de bovenlip corrigeren. Dit is een moeilijk te
corrigeren gebied, maar met het eigen vet, kun je goede resultaten verkrijgen.
Voor de behandeling met eigen vet. Moet je goed weten dat er sprake is van zwelling en dat je er de eerste week
allerminst fraai uitziet. Maar het komt goed. Zwelling vermindert geleidelijk in 6 weken, na de eerste 2 weken is
er al een groot deel verdwenen. Tenslotte kun je voor de puntjes op de “i” resterende lijntjes camoufleren met
Radiesse en de huid verfrissen met microdermabrasie.
DE BORSTEN
“Dokter, ik heb belangstelling voor een borstcorrectie”.
In geval van een borstverkleining houd ik als vrouw zelf rekening met borstvoeding en die vrouwen die nog geen
gezin hebben of die meer kinderen zullen krijgen, ondergaan een operatie waarbij de melkgangen gespaard
blijven en zo in principe borstvoeding nog mogelijk blijft. Men moet zich wel realiseren, dat dit niet kan worden
gegarandeerd. Borstvoeding is een hormonaal proces en er zijn ook vrouwen die nooit aan de borsten zijn
geopereerd die toch geen borstvoeding kunnen geven. Het is een mooie operatietechniek en je kunt er weinig tot
flink mee reduceren.
Deze methode is ook geschikt voor correctie van verslapte borsten, dan reduceer je alleen de huid, en houd je
het volume van de klier.
Hoeft de borstvoeding niet meer, dan kun je eenvoudig een wig uit de borstklier nemen. Meestal moet daarbij
de tepel met tepelhof worden verplaatst op een steel en heeft deze het daardoor wat moeilijk in de eerste
postoperatieve fase.
Gaat het om een borstvergroting, dan zit je vast aan een implantaat. Momenteel zijn er op de markt 3 typen
implantaten, t.w.: de zoutwaterprothese, de siliconen prothese en de monobloc hydrogel. Over deze 3 typen
straks meer. Om elk van deze implantaten zal het lichaam in de eerste dagen tot weken na de operatie een
kapsel maken. Dat doet het lichaam altijd wanneer iets dat vreemd is voor het lichaam wordt geïmplanteerd, of
dat nu gebeurd op je rug, je been of je borst. Daar is niets mis mee, maar wat je niet wilt, is dat dit kapsel gaat
samentrekken. Indien dat zich voordoet, dan kan de borst vervormd raken, kan pijn doen en hard aanvoelen. Op
zich is hier wel iets aan te doen, door het kapsel los te maken op verschillende manieren, maar je moet dan wel
weer onder narcose. Vroeger werd ook wel in de borsten geknepen om kapsel te “kraken”, maar gelukkig wordt
dat niet meer gedaan. Het is voor de patiënt extreem pijnlijk en in geval van siliconenprothesen heb je een
drukverhogend moment dat het uitzweten van siliconenmoleculen versterkt.
Alle 3 typen prothesen hebben een omhulling gemaakt van siliconenrubber (siliconenelastomeer) en de inhoud
is verschillend. Door de aard van het materiaal van de omhulling is het gezondheidsrisico gering. De omhulling
kan wat schilfering geven, dat in het kapsel blijft hangen. Opmerkingen naar de patiënt toe dat het niet
uitmaakt, want er zitten overal siliconen in, zijn tot op zekere hoogte waar. Er komen inderdaad ook vrije
siliconenmoleculen voor in het elastomeer, maar de concentratie van de vrije siliconenmoleculen in het
omhulsel is van een totaal andere orde dan de concentratie van de siliconenmoleculen in de gel bij prothesen
gevuld met siliconen-gel. Het is de vulling waar het om gaat.
Zoutwaterprothesen zijn gevuld met fysiologisch zoutwater oplossing. Gaat deze prothese kapot, dan krijg je
zoutwater in je lijf en dat plas je uit. Omdat de prothese in één keer inzakt, moet deze dan worden vervangen.
Een zoutwaterprothese is eigenlijk een zakje gevuld met water en voelt niet echt als een borst aan.
Daartegenover staan de siliconenprothesen die gevuld zijn met siliconen-gel. Deze voelen soepel en zacht aan,
net als een borst. Nadeel van deze prothesen is dat de gel per definitie uitzweet. Dus ook al is de omhulling
intact en heeft het lichaam daaromheen een kapsel gemaakt, de siliconenmoleculen zijn niet tegen te houden.
Het maakt niet uit of de gel heel zacht is (ronde prothese) of cohesief ( anatomisch gevormd ), zweten is een
gegeven. Er zijn vrouwen die hier op den duur problemen mee kunnen krijgen. Wetenschappelijk is het verband
tussen hun klachten en de prothesen niet aangetoond, maar opvallend is wel dat wanneer de prothesen,
inclusief het daaromheen gevormde kapsel worden verwijderd, de klachten doorgaans verbeteren. Doorgaans,
want soms blijft de verbetering uit. Persoonlijk denk ik dat dit te maken heeft met het uitzweten en het
onderzoek hiernaar is gaande. Indien het kapsel niet mee wordt verwijderd, kun je net zo goed de implantaten
laten zitten, want er bevindt zich een depot van uitgezwete siliconen moleculen in het kapsel van waaruit het
zweten gewoon doorgaat. De klachten waar patiënten mee komen zijn: extreme vermoeidheid, pijnlijke borsten,
verharde borsten, pijn bij bewegen armen, pijnlijke gewrichten (fibromyalgie-achtig / rheuma-achtig ),
slaapstoornissen, geheugenstoornissen, zich niet gezond voelen, jeuk, branderige ogen. Kortom een divers
patroon van klachten en naar verbanden wordt gezocht. Voor het protocol om hierin verbetering te brengen, ga
naar het onderdeel over "producten" op het gedeelte Healthcounseling op de homepage van deze site.
Tenslotte de monobloc hydrogel prothese, die ik beschouw als een compromis tussen zoutwater prothesen en
siliconen prothesen. Het heeft het prettige gevoel van een siliconen prothese, terwijl het de veiligheid biedt van
een zoutwaterprothese. Het bestaat zelf voor 96% uit fysiologisch zoutoplossing, waar cellulose (4%), aan is
toegevoegd. Daardoor is de inhoud biologisch afbreekbaar en vormt het geen belasting voor het lichaam. Het is
al 25 tot 30 jaren op de markt en komt uit Frankrijk (www.laboratoires-arion.fr). Ik werk er zelf 8 jaren mee en
het bevalt mij uitstekend. Patiënten met deze prothese krijgen een dun kapsel om de prothese. Dat is prettig,
want dan blijft de borst zacht en soepel aanvoelen. Naar wat ik heb begrepen voelt het als je eigen borst en kan
je na enkele weken het onderscheid niet meer maken tussen prothese of borst. Een ander voordeel van dit type
implantaat is, dat bij een röntgenologische controle van het borstklierweefsel (mammografie) op tumoren, het
klierweefsel door de radioloog makkelijker is te controleren, er wordt geen “slagschaduw” overheen geworpen.
Maar “ELK VOORDEEL HEB Z’N NADEEL” . Het risico van een borstvergroting is de kans op
gevoelsstoornissen, zowel doofheid als overgevoeligheid en problemen met het litteken. Dit geldt voor alle typen
prothesen. Voor de zoutwaterprothese komt daarbij klotsen, leeglopen en plooivorming aan de boven en
binnenzijde van de borst ( is te corrigeren door de huid strakker te maken ). Bij de siliconen prothesen is er een
grote kans op kapselsamentrekking ( is te corrigeren door het kapsel operatief los te maken ) en
gezondheidsklachten na enkele jaren. Patiënten met siliconen prothesen lopen het risico vaker geopereerd te
moeten worden voor het vervangen van prothesen en voor het losmaken van het kapsel. Vaak weet je ook niet of
een siliconen prothese nog intact is, en moet dit bij de operatie blijken. Bij de monobloc hydrogel kan er
ribbeling worden gezien zijn aan de boven en binnenzijde van de borst, wanneer de bedekking te dun is. Dit is te
verhelpen door de monobloc hydrogelprothese aan de decolleté zijde gedeeltelijk onder de borstspier te
plaatsen, zodat er meer bedekking is voor de prothese of door een lift-operatie van de borst. Bij deze
laatstgenoemde ingreep krijg je wel littekens op de borst, meestal doe je dit d.m.v een “coup-naatje”, waardoor
de huid strakker wordt. Een ander bijkomend nadeel van de monobloc hydrogel, is dat het net als de
zoutwaterprothese spontaan kan ruptureren.. Wanneer zich dit voordoet, zal de borst in 2 á 3 dagen in omvang
toenemen en krijg je een asymmetrie en waarschuwt de prothese je zelf dus, dat het niet meer in orde is. Dit
komt omdat de prothese vocht gaat aantrekken, wanneer er wat van de gel ontsnapt en ook kan het kapsel
rondom de prothese vocht gaan produceren. Er zijn microscopisch gezien nl groepen cellen aanwezig in dit type
kapsel die zich als zweetklieren gedragen. Er ontstaan geen gezondheidsklachten. Wordt dit geconstateerd, dan
maakt u een afspraak op het spreekuur en zal na overleg poliklinisch en onder plaatselijke verdoving, alsof u
naar de tandarts gaat, de prothese binnen 15 min. worden verwisseld. Gebeurt dit binnen 5 jaren, dan krijgt u
van de leverancier een nieuwe prothese. Voor het wisselen van de prothese bent u wel een bedrag van 300 euro
kwijt. Het blijft vervelend om geconfronteerd te worden met een spontaan ruptuur, maar omdat het wisselen
weinig belastend is en er zich geen gezondheidsklachten voordoen, til ik er niet zo zwaar aan. Per jaar heb ik
ongeveer 5 rupturen van patienten die 2 tot 7 jaren tevoren zijn geopereerd.
Besef dus wel dat een borstvergroting niet niks is. Voor patiënten die na borstkanker een reconstructie wensen,
kan het een uitkomst zijn. Beste is je goed te laten voorlichten.
Voor meer informatie over borstimplantaten, ga naar de sectie "Archief".